De werkende maten van dakpannen:
Elk panmodel heeft zijn eigen maatvoering in de hoogte en de breedte. Vraag in een vroegtijdig stadium deze gegevens op bij Aberson b.v.
Latafstand:
De nominale (gemiddelde) maten worden per panmodel aangegeven . Omdat een maatafwijking van 2 procent volgens de normeringen toelaatbaar is, adviseren wij om op het werk de gemiddelde werkende lengte en de dekkende breedte van de dakpannen te bepalen. De werkende lengte van een dakpan is gelijk aan de panlatafstand. De panlatafstand is de maat van de bovenkant panlat tot de bovenkant van de volgende panlat. Het berekenen van de gemiddelde panlatafstand gaat als volgt: Neem 2 x 12 dakpannen willekeurig uit de geleverde partij en leg deze ‘getrokken’. Meet de lengte over 10 dakpannen op. Leg ze daarna ‘gedrukt’ en meet opnieuw. De juiste latafstand is de som van deze metingen gedeeld door 20. De juiste latafstand is dus:
lengte gedrukt + lengte getrokken
20
Soms zijn er dakpannen met een variabele kopsluiting, ook wel variabele latafstand genoemd. Het grote voordeel van een variabele kopsluiting is dat deze panmodellen binnen een bepaald panlatbereik (latafstand) verwerkt kunnen worden zodat u in de lengte van het dakschild altijd uitkomt op hele pannen.
Dekkende breedte:
Onder dekkende breedte wordt verstaan het zichtvlak van het horizontaal dekkend gedeelte van de dakpan (dakpanbreedte minus sluiting). De dekkende breedte wordt op dezelfde manier gecontroleerd als de latafstand. De dekkende breedte is dus:
breedte gedrukt + breedte getrokken
20
Hulpstukken:
Vergeet bij de maatcontroles alle maatbepalende hulpstukken niet, zoals gevelpannen (werkende lengte), knikpannen, onderpannen etc….. Dit in verband met de in elkaar passende zijdelingse aansluitingen van de dakpannen.
Indien er over de werkende maten van dakpannen vragen zijn, kunt u vanzelfsprekend | contact | met ons opnemen of een mail sturen naar | info@aberson.nl |

